COMMISSIE ZWEMOPLEIDINGEN
 
Pesten-
 
 

PESTEN

Tijdens de laatste bijscholingsdag voor opleiders werd het middaggedeelte geheel verzorgt door de heer T. Kloostra, betreffende het onderwerp “Pesten”. De middag bestond uit het bekijken van videobeelden met voorbeelden van pesten op het schoolplein, het definiëren met de gehele groep wat nu pesten is en wat plagen is en het zoeken naar oplossingen. De middag werd afgesloten met een gedeelte van het programma “Aan het water”, waarin een gesprek plaats vond met een gepeste, een vader van een gepest kind, een leerkracht en de heer B. v.d. Meer, die het pestprotocol heeft ontwikkeld. Laatste twee hebben wij helaas niet gezien.

Slachtoffer zijn – signalen

Signalen die direct met pesten te maken hebben

Kinderen of jongeren die getreiterd worden kunnen één en over het algemeen meer van de volgende signalen vertonen:

  • ze worden (herhaaldelijk) op een gemene manier geplaagd, uitgescholden (ze kunnen ook een scheldnaam hebben), bespot, gekleineerd, belachelijk gemaakt, vernederd, bedreigd, gecommandeerd, overheerst of onderworpen;
  • medeleerlingen steken de draak met hen en lachen hen op een bespottende en onvriendelijke manier uit;
  • ze worden lastig gevallen, weggeduwd, gestoten, gestompt, geslagen, geschopt, en ze zijn niet in staat zichzelf adequaat te verdedigen;
  • ze zijn betrokken bij “twisten” of “ruzies” waarin ze zich totaal niet kunnen verdedigen en waaruit ze soms huilend proberen te ontsnappen;
  • hun zwemspullen, geld of ander eigendommen worden beschadigd of slingeren rond;
  • ze hebben blauwe plekken, verwondingen, sneeën, schrammen of gescheurde kleding die ze niet op een normale manier opgelopen kunnen hebben.

Signalen die met pesten te maken kunnen hebben

  • ze zijn (vaak) alleen en worden uitgesloten door de groep tijdens vrijzwemmen. Ze lijken geen enkele goede vriend in de groep te hebben;
  • ze worden als een van de laatste gekozen bij het samenstellen van een team;
  • ze proberen tijdens het vrijzwemmen dicht bij de lesgever of andere volwassenen te blijven;
  • ze vinden het erg moeilijk hardop te praten en geven een angstige en onzekere indruk;
  • ze zien er bang, ongelukkig, neerslachtig en huilerig uit;
  • ze tonen een plotseling of geleidelijke verslechtering in resultaten.

Wat te doen om pesten te voorkomen en/of tot staan te brengen

Het creëren van een rustige vriendelijke sfeer, zoals bijv. tijdens de les, zodat de pestkop een hogere drempel moet nemen om te gaan pesten.

Duidelijke en bondige lesregels bepalen:
a) Wij treiteren anderen niet
b) We proberen samen de kinderen die getreiterd worden te helpen
c) We zorgen er samen voor dat ieder kind het naar zijn zin heeft in de groep en dat niemand wordt buitengesloten

Organisatie:
a) Met het kader samen vaststellen wat nog wel acceptabel gedrag is en wat niet.
b) Sancties vaststellen met als doel de pestkop af te schrikken.
c) Het “product” zwemmen eventueel verbeteren, om zo ontevredenheid van de kinderen te verkleinen.
d) Een meldingsprocedure voor volwassen betrokkenen om een overzicht en inzicht te krijgen m.b.t. het aantal en soort pestincidenten.
e) Melding aan betreffende begeleidende lesgever, welk concreet gedrag je van de pestkop en/of slachtoffer hebt waargenomen.

Directe aanpak van de pestkop als je deze op heterdaad betrapt:
a) Non-verbaal smoren en als dat niet helpt, dan een
b) Confronterende ik-boodschap en als dat niet helpt de
c) Onthouding van iets (zeer) prettigs.

Verdere informatie over dit onderwerp is te vinden via www.http://zid.nrz.nl

 

Terug
Omhoog
Verder