|
BOVO 2005.
Allereerst een woord van
excuses voor het ontbreken van de beloofde schriftelijke informatie
over ongewenst gedrag (BOVO 2004). Meerdere malen zijn wij er
achteraan geweest, en er werden ook beloftes gedaan naar ons, maar
tot op heden hebben wij zelf niets ontvangen.
Afgelopen maand is de
nieuwsbrief rondgestuurd en zijn wij voornemens om dit vaker te
doen. Het streven is om twee keer per jaar een nieuwsbrief van de
CZO te versturen.
De nieuwe
zwemvaardigheidsdiploma’s hebben voor de zwemleiders B
consequenties. De stof verandert zodanig, dat alleen de
diploma-eisen gewijzigd moeten worden in het boek. De onderdelen
staan al in het boek en daar waar aanvulling nodig is, kan men naar
de pagina van de NRZ. De keuze-onderdelen zullen gefaseerd worden
ingevoerd.
De wijzigingen in het
ZA-boek zijn af en worden binnenkort doorgenomen met het BB. Zodra
deze klaar zijn krijgt iedereen bericht. Een aantal wijzigingen zijn
taalkundig en een aantal wijzigingen zorgen ervoor dat er geen
verschillen meer zijn in reglementen tussen A en B en ze beter
aansluiten bij de praktijk.
28 April zijn we in een
kleine groep bijgepraat over de veranderingen in opleidingen in de
sport. NOC/NSF heeft de kwalificatiestructuur opgezet, waaraan
straks alle opleidingen moeten voldoen. De aanzet werd al gegeven
door het OC&W/VWS-rapport Samenhang Sportopleidingen. In vervolg
daarop heeft het ministerie NOC*NSF verzocht beroepscompetenties en
een kwalificatiestructuur voor trainer/coaches te ontwikkelen.
Dit betekent dat er een
hele klus voor ons ligt om voor 1 januari 2007 alles op papier te
hebben.
Bij de
kwalificatiestructuur kent men 5 kwalificatieniveaus:
1 - de
goedwillende, meehelpende ouder.
2 - de assistent
3 - de zelfstandige
trainer.
4 - de docent.
5 - de topcoach.
Met de niveaus 1 & 2
kunnen we binnen onze zwemwereld best leven; de discussie begon
echter bij niveau 3. Onder de “zelfstandige trainer” vallen alle
zelfstandig lesgevende instructeurs: zwemleider A & B,
zwemonderwijzer(?) en de voormalige opleiding tot “instructeur” met
de verschillende opleidingen en bevoegdheden (“competenties”). Die
“competenties” (voor niveau 3) zijn (zie: Het model van toetsing):
-
Stimuleren sportieve ontwikkeling sporters
-
Geven van trainingen / lessen
-
Coachen bij wedstrijden / toetsen
-
Afnemen vaardigheidtoetsen
-
Organiseren activiteiten in organisatie
-
Aansturen sporttechnisch kader
Tot eind juni kunnen we
nog steun krijgen van Ans van Maanen, namens NOC/NSF.
Een hele klus, waarbij de
eersten een eerste aanzet op papier proberen te zetten op 27 mei.
In het najaar komt er
weer een nieuwe OVE.
Tot de opleiding worden toegelaten, zij die aan de twee onderstaande
voorwaarden voldoen:
in het bezit zijn van het
diploma Zwemleider B, zwemonderwijzer of CIOS met specialisatie
zwemmen;
in de afgelopen 3 jaar
actief zijn in het zwemonderwijs en in het opleidingswerk.
De opleiding omvat twee dagen theorie, drie
keer meedraaien tijdens examens (waarvan 1ste keer ori๋nteren) en
้้n terugkomdag.
Verdere informatie is te krijgen bij Kees en Anja.
Ook wordt er bekeken of er een nieuwe OVO opgestart kan worden en op
welke wijze.
Verder hebben de verenigingen een schrijven gehad betreffende
Lifeguard. Deze wordt gegeven op 1 oktober. Voor opleiders! Hoe het
een en ander in zijn werk gaat, horen jullie nog.
De ochtend werd gevuld door Wim van ’t Westeinde. Hij heeft het een
en ander verteld over “Kanjers in de sport”, het vervolg op de
kanjertrainingen op scholen.
Voor verder informatie verwijs ik je graag
naar de website van "Kanjers in de sport":
http://www.kanjersindesport.nl/ |